Met de oprichting van een nieuwe werkgroep rond traditionele en integratieve geneeskunde geeft de World Health Organization (WHO) een duidelijk signaal af: kennis uit gemeenschappen en traditionele praktijken verdient serieuze aandacht.
Eind 2025 presenteerde de WHO de Strategic and Technical Advisory Group on Traditional, Complementary and Integrative Medicine (TCIM). Met deze werkgroep erkent de WHO expliciet de waarde van traditionele en inheemse kennis over gezondheid en ziekte. Kennis die vaak over generaties heen is opgebouwd, gebaseerd op ervaring, observatie en praktijk. In zekere zin is dit ook een erkenning van de mens als zelfonderzoeker: mensen die, lang voordat moderne wetenschap bestond, manieren ontwikkelden om gezondheid te behouden, klachten te verlichten en ziekten te behandelen.
Veel hedendaagse geneesmiddelen vinden uiteindelijk hun oorsprong in traditionele kruidenkennis en natuurlijke toepassingen die eeuwenlang werden gebruikt. In de loop van de twintigste eeuw is die kennisbron steeds meer naar de achtergrond verdwenen door de opkomst van de moderne geneeskunde en de groeiende invloed van economische belangen binnen de gezondheidszorg, waaronder die van de farmaceutische industrie. Toch is die bron van kennis allerminst uitgeput. Voor veel gemeenschappen wereldwijd vormt zij nog altijd een belangrijk onderdeel van gezondheid en zorg. Ook de WHO onderstreept nu opnieuw die betekenis.
Een tienjarenplan voor TCIM
De WHO heeft een strategie voor tien jaar opgesteld om de waarde en betekenis van traditionele, complementaire en integratieve geneeskunde verder te versterken. Daarbij formuleert de organisatie vier strategische doelen:
- het versterken van het bewijs rond TCIM
- het ondersteunen van veilige en effectieve TCIM via passende wet- en regelgeving
- het integreren van veilige en effectieve TCIM in gezondheidssystemen
- het versterken van de maatschappelijke waarde van TCIM en van de gemeenschappen die deze kennis dragen
Volgens de WHO wordt deze aanpak geleid door negen kernprincipes, waaronder: bewijs, holistische gezondheid, duurzaamheid en biodiversiteit, het recht op gezondheid en autonomie, de rechten van inheemse gemeenschappen, mensgerichte zorg, betrokkenheid van gemeenschappen en gezondheidsgelijkheid.
Erkenning van gemeenschappen en ervaringskennis
Met deze ontwikkeling maakt de WHO duidelijk dat kennis uit inheemse en traditionele gemeenschappen niet alleen cultureel waardevol is, maar ook kan bijdragen aan innovatie, kennisontwikkeling en een meer geïntegreerde benadering van gezondheid en ziekte.
Opvallend is bovendien dat de WHO nadrukkelijk het belang benoemt van de gemeenschappen die deze kennis voortbrengen en levend houden. Daarmee gaat het niet alleen over behandelwijzen, maar ook over zeggenschap, autonomie en het recht van mensen om actief betrokken te zijn bij gezondheid en zorg.
Voor ZelfOnderzoek Netwerk Nederland is dat een belangrijk signaal. De WHO erkent hiermee impliciet ook het onderzoekende vermogen van mensen zelf, ongeacht of zij formeel wetenschappelijk geschoold zijn. Dat sluit aan bij waar burgerwetenschap en zelfonderzoek over gaan: de kennis die ontstaat wanneer mensen vanuit ervaring observeren, onderzoeken, delen en leren.
Klik hier voor meer informatie over TCIM op de website van WHO >
